{{ errors[0].charAt(0).toUpperCase() + errors[0].substr(1) }}

Essays

“”


In dit essay wil ik u deelgenoot maken van mijn optiek op toezicht met passie in wat ik beschouw als een maatschappelijke onderneming: de woningcorporatie. Mijn onderzoek-roots liggen meer algemeen bij ondernemingen met een achterban, zoals coöperaties. Net als de meeste woningcorporaties zijn verenigingen en coöperaties opgericht door mensen die voor zichzelf of voor anderen een bepaald doel wilden realiseren. Ze realiseerden zich dat ze dat alleen samen konden doen en dus verenigden ze zich om dat doel te bereiken.

“Structureel “gezond wantrouwen” leidt niet tot beter bestuur en zou wellicht zelfs gerangschikt kunnen worden onder onverantwoord bestuur. ”


Binnen onze samenleving is vertrouwen onmisbaar. Waarom zou dat binnen toezicht opeens anders zijn? Waarom zeggen velen dat wij uit moeten gaan van “gezond wantrouwen”? Waar mensen elkaar vertrouwen staan zij meer open om van elkaar te leren of gezamenlijk te leren en veranderen. Zij delen meer informatie, accepteren meer van elkaar en zijn beter in staat om onderlinge conflicten op te lossen. Dit zijn allemaal kwaliteiten die wij hard nodig hebben in toezicht. Als vertrouwen zo heilzaam en goed is, waarom zien wij dan niet meer vertrouwen in hoe het toezicht op woningcorporaties wordt vormgegeven? In de praktijk blijkt het knap lastig om aan de voorwaarden voor hoog vertrouwen te voldoen en is het makkelijker om in laag vertrouwen of zelfs wantrouwen terecht te komen. Vertrouwen is hard werken. Frédérique Six laat overtuigend zien dat alleen op vertrouwen gebaseerd toezicht kans van slagen heeft. En dat dat prima samengaat met controle. Voor haar staan vertrouwen en controle niet op gespannen voet, integendeel. Ze kunnen elkaar versterken. Met de hete adem van maatschappij en minister in de nek is het volgens Six hoog tijd dat vertrouwen én controle een kentering op gang brengen naar betrouwbare woningcorporaties.

“Situationeel toezicht heeft de toekomst.”


Nieuwe ontwikkelingen in de samenleving, nieuwe governance inzichten en stevig verankerde codes: wat betekenen die voor de commissaris nieuwe stijl? In zijn essay trekt Stefan Peij lijnen tussen veranderingen (trends) enerzijds en de rol en de positie van de commissaris anderzijds. Het two-tier model is daarbij niet zaligmakend voor Peij. De keuze voor rol en positie komen voort uit wat er nodig is. Daarbij gaat de commissaris af op zijn professionele intuïtie. Peij ondersteunt deze gevoeligheid met suggesties welke houding in bepaalde omstandigheden gevraagd wordt. De koorddanser heeft een coach.

“Als toezichthouders zich beperken tot het randvoorwaardelijk toetsen van de strategie van de woningcorporatie, komen zij steeds te laat als het erop aan komt: ze kunnen dan hoogstens nog ingrijpen als het al fout is gegaan. Dergelijk dun toezicht is maatschappelijk onverantwoord”


Praten toezicht en bestuur over de goede dingen? En hebben ze daar wel taal voor? Jaap Winter vindt het tijd dat toezicht niet alleen op inhoud focust, maar zich bewust wordt van de rol die het speelt en wil spelen. Daarvoor is het wel nodig dat onbewuste percepties boven tafel komen. Maar dan nog: gaan toezichthouders wel ver genoeg in hun rol van wat op verschillende werkgebieden verwacht wordt. Is het niet te vrijblijvend? Winter spiegelt met verschillende gradaties van betrokkenheid welke leiding nu nodig is. Maar het kan nog een dieper gaan. Winter daagt boards uit om het gesprek aan te gaan over waarden en hun verlegenheid op dit punt te laten varen.

Wie Winters verhaal leest wordt uitgenodigd om kritisch naar zichzelf te kijken.

Kom op 28 januari naar de themabijeenkomst in Rotterdam waarbij ook Jaap Winter aanwezig zal zijn. Meer informatie over de bijeenkomst


Reacties

  • 20-01-2017 18:07 door Dieneke van Dijken
  • Na het lezen van dit artikel en de reflectie ben ik toch nieuwsgierig geworden naar waar de verlegenheid zit om met elkaar in gesprek te gaan over twijfels, kwetsbaarheden, leren, rollen etc. De auteurs gissen dat het te maken kan hebben met een beeld dat commissarissen van de functie hebben, maar benoemen ook de status, looking good en reputatie die een grote rol zouden spelen in de boardrooms. Ik ben geen toezichthouder of bestuurder. Wie herkent bovenstaande bij zichzelf of anderen en kan dit verder duiden?

  • 06-01-2017 21:10 door John van den Dungen
  • Inspirerend essay en ook de reflectie van Karin van Dreven. Ik volg graag het advies van oefenen, oefenen, oefenen op. Laten we vooral niet verzuimen om de resultaten van het oefenen (onze onzekerheden, dilemma's en twijfels) met elkaar te delen. Daar zit het leermoment. In mijn stellige overtuiging maken we daar de wereld van 'onze' huurders een stukje mooier door.