{{ errors[0].charAt(0).toUpperCase() + errors[0].substr(1) }}

Werken aan vertrouwen: visitatie als ‘critical friend’ door dr. Jos Koffijberg

28-03-2017

Werken aan vertrouwen: visitatie als ‘critical friend’

Een reflectie op het essay van Frederique Six, door dr. Jos Koffijberg

In haar essay over vertrouwen of wantrouwen als basis voor toezicht uit Frédérique Six stevige kritiek op de herziene Woningwet. De Woningwet is ‘doordrenkt van geïnstitutionaliseerd wantrouwen’ ten aanzien van woningcorporaties; de wet zet RvC’s via aansprakelijkheid en meldplicht aan tot een preoccupatie met risicobeheersing. Het gevaar daarvan is dat maatschappelijke belangen niet goed worden geborgd, terwijl het in de RvC nu juist zou moeten gaan om ‘het centraal houden van de bedoeling van de corporatie’. Want alleen zo kan de samenleving (weer) vertrouwen in corporaties krijgen.   

RvC: ken de lokale samenleving
Hoe doe je dat nu als RvC, die ‘bedoeling’ van de corporatie centraal stellen? Six wijst op het belang van het op peil brengen van benodigde competenties om maatschappelijke waarde te creëren. In zijn reflectie gaat Dick van Ginkel daarop door: commissarissen moeten zorgen voor een goed eigen beeld van de samenleving en de lokale opgaven. Ze moeten investeren in de capaciteit om ‘de lokale samenleving in al zijn verschijningen te kunnen lezen’. En Six weer: om zijn rol te vervullen tussen bestuur, samenleving en overheidstoezichthouder zal een RvC regelmatig moeten reflecteren op het eigen handelen, zowel intern - via zelfevaluaties - als extern - door inspiratiesessies van de VTW en gesprekken met de Autoriteit woningcorporaties.

Visitatie als tool
De RvC kan hierbij ook gebruik maken van een tool waarvan de raad zelf al (mede-)opdrachtgever is: de maatschappelijke visitatie. Dit instrument kan naar mijn idee nog actiever worden benut om de ‘samenleving te lezen’ en zich ook verder in die richting ontwikkelen.

De kern van een visitatie vormt het kritisch-constructieve gesprek met visitatoren die als ‘critical friends’ de corporatie - bestuur en RvC - een spiegel voorhouden. De relatie tussen corporaties en samenleving staat in de visitatie centraal: welke prestaties heeft de corporatie geleverd in het licht van de lokale opgaven en gemaakte prestatie-afspraken? Is de governance zo ingericht dat de maatschappelijke prestaties ook duurzaam zijn geborgd? En bovenal: wat vinden huurders, gemeente(n) en overige lokale belanghebbenden van het functioneren van de corporatie? Want in een samenleving die steeds meer wordt gekenmerkt door horizontalisering van verhoudingen ligt het voor de hand dat ook in de verantwoording gebruik wordt gemaakt van vormen waarin de verschillende belanghebbenden aan het woord komen.

Als onafhankelijke en deskundige ‘derde’ luistert de visitatiecommissie naar alle partijen en komt tot een afgewogen beoordeling, een recensie en verbeterpunten voor de toekomst. De RvC kan daar zijn voordeel doen:  in de dialoog met de visitatiecommissie (reflectie), maar ook daarna .

Vernieuwing van visitatie
Uiteraard is het visitatie-instrument nog steeds voor verbetering vatbaar, waardoor ook de waarde voor de RvC toeneemt.  Huurders, gemeenten en andere belanghebbenden kunnen nog beter worden gehoord – indringender, maar ook innovatiever, bijvoorbeeld met behulp van social media. En ze kunnen nog een grotere rol spelen in het voor- en natraject. Waarom huurders en gemeente niet vooraf betrekken bij de vraagstelling aan de visitatiecommissie? Of achteraf een lokale ‘dag van de verantwoording’ organiseren waarop de corporatie - bestuur én RvC- , haar huurders, de wethouder , raadsleden, lokale partners en geïnteresseerde burgers de resultaten van een visitatie (maar vooral: de prestaties en ambities van de corporatie) bespreken?  Een corporatie die in dialoog met lokale stakeholders aan ‘public value’ wil werken zou de visitatie - die eens in de vier jaar plaatsvindt - daarvoor prima kunnen benutten. Op korte termijn start SVWN een experiment waarin innovaties als deze worden uitgeprobeerd.

Zoeken naar complementariteit
Het inrichten van goede arrangementen van toezicht, verantwoording en leren - intern én extern, verticaal én horizontaal - is een kunst op zich. Terecht pleit Bas Jelier voor complementariteit, met voor ieder z’n eigen rol: de bestuurder, de interne toezichthouder, de huurders, de lokale overheid en de externe toezichthouder. Ik voel me ook door de beweging Toezicht met Passie uitgedaagd daaraan een bijdrage te leveren. De zoektocht is al begonnen.

dr. Jos Koffijberg MPA

directeur-bestuurder Stichting Visitatie Woningcorporaties Nederland (SVWN)

Lees hier het essay van Frédérique Six 
Lees hier de reflectie van Dick van Ginkel 
Lees hier de reflectie van Bas Jellier

 


Terug
Praat mee